Schouwcommissie2023-03-20T21:51:57+01:00

Schouwcommissie

De schouwcommissie is een van onze grotere werkgroepen. Peter Banda staat aan het roer, de verdere bemanning wisselt af en toe. Zie het Rode Boekje (in het Ledenmenu) voor de actuele stand.

Registratie en beoordeling historische bedrijfsvaartuigen

Inleiding

We proberen het Nederlandse varende erfgoed, een belangrijk en omvangrijk nationaal cultureel erfgoed, te behouden en zo goed en volledig mogelijk in kaart te brengen. Bij dat ‘in kaart brengen’ speelt de Schouwcommissie een rol.

Het Historisch Bedrijfsvaartuig heeft een eigen databank, het Bestand Historische Schepen (BHS). Daarnaast werken we samen met 14 andere behoudorganisaties die zich met varend erfgoed bezighouden in de Federatie Varend Erfgoed Nederland (FVEN). De federatie heeft daarvoor ook een databank, het Register Varend Erfgoed Nederland (RVEN).

Het BHS

Ieder lid van Het Historisch Bedrijfsvaartuig kan een schip opnemen in het BHS. Hoe dat gaat is (als je als lid bent ingelogd) te zien op de pagina van het BHS (opent in nieuw tabblad/venster). We hopen dat iedereen dat ook doet! Alles over inloggen en ingelogd blijven vind je in de webwijzer (Dossiers > Weblinks > Webwijzer).

Het BHS heeft twee hoofdfuncties:

  • documenteren van het varende erfgoed dat wordt beheerd door de leden van Het Historisch Bedrijfsvaartuig
  • bron voor de vulling van het RVEN.

Voor opneming in het BHS gelden geen voorwaarden. Voor de juistheid en volledigheid van de daarin opgenomen gegevens is de eigenaar verantwoordelijk. Die kan wel vragen om daarop een controle uit te oefenen. Dat gebeurt dan door de administrateur van de Schouwcommissie. Hij kan nagaan of de gegevens overeenkomen met eerdere aanmeldingen en of er geen duidelijke vergissingen zijn gemaakt (bij voorbeeld een lengte van 18 cm in plaats van 18 m).

Als de eigenaar niet zelf de gegevens van het schip in het BHS kan zetten, bestaat de mogelijkheid dat de vereniging iemand aanwijst die daarbij kan helpen. Een verzoek daartoe kan aan de Schouwcommissie worden gericht.

Het RVEN

De FVEN is een koepelorganisatie, waarin 15 behoudorganisaties en de maritieme musea samenwerken om het Nederlandse varende erfgoed te behouden en te bevorderen. Er zijn twee organisaties die zich het lot van (motor)sleepboten aantrekken, er is er een voor reddingboten, een voor het behoud van de hoogaars, een voor rond- en platbodemjachten, een Zweedse-klassiekerclub, eentje voor botters, eentje voor zeilkotters en ga zo maar door. Het zal duidelijk zijn dat er sprake is van overlappingen: botters, kotters en sleepboten (om maar een paar voorbeelden te noemen) zijn vaak óók historische bedrijfsvaartuigen, een botter kan als jacht gebouwd zijn, enzovoort.

Al die behoudorganisaties hebben hun eigen insteek. Dat maakt het beheren van het RVEN niet echt makkelijk. Maar Het Historisch Bedrijfsvaartuig (veruit de grootste van alle behoudorganisaties) vindt het heel belangrijk om samen op te trekken, omdat dan voor ons gezamenlijke doel een sterkere vuist kan worden gemaakt. Dat is ook de reden dat we zo veel mogelijk Varend Erfgoed (VE) in het register willen hebben.

Varend Monument (VM®)

Om de kwaliteit van dit culturele erfgoed te benadrukken, is er ook de bijzondere categorie Varend Monument (VM). De aanduiding VM is door de federatie als handelsmerk gedeponeerd en mag alleen met haar toestemming worden gevoerd.

Voor de eigenaar is het natuurlijk een groot compliment als het schip als VM wordt geklasseerd. Daarnaast hanteren veel erfgoedhavens het als toelatingseis. We merken dat los daarvan veel havenmeesters bij varend erfgoed en in het bijzonder bij VM coulance betonen bij ligplaatstoewijzing en het liggeld.

Voor de vraag of een historisch bedrijfsvaartuig als Varend Monument® kan worden geregistreerd, zijn bepalend de algemene eisen, het uiterlijke beeld dat het schip vertoont, de geschiedenis ervan en het historische en culturele belang. Dat wordt bepaald aan de hand van de onderstaande criteria VM® voor historische bedrijfsvaartuigen, vastgesteld door de LVBHB en in werking getreden met ingang van 5 oktober 2022.

A. Algemeen

Het schip dient te voldoen aan elk van de eisen, genoemd onder 1 tot en met 3.

  1. Het schip is ouder dan 50 jaar, OF één van de volgende drie uitzonderingen is van toepassing: (a) het schip is een nauwkeurige reconstructie van een niet meer bestaand historisch schip (replica), of (b) het schip maakt deel uit van de museale collectie van een erkend maritiem museum en is in staat te varen, of (c) het schip vertegenwoordigt een uitzonderlijke innovatie in de Nederlandse scheepsbouw, of het heeft een uitzonderlijke scheepsprestatie geleverd of het schip is buiten dienst gesteld en is van een beeldbepalend type dat niet meer wordt gebouwd.
  2. Origineel (stapelloop) gebouwd en in gebruik genomen als bedrijfsvaartuig (bedrijfsmatig geëxploiteerd).
  3. Oorspronkelijk, dwz tenminste 50 jaar geleden, nog in gebruik als bedrijfsvaartuig (dat hoeft dus niet dezelfde functie te zijn als de originele: een Hagenaar kan later zijn omgebouwd tot cementtanker en na uitoefening van die functie zijn omgebouwd tot varend woonschip).

B. Uiterlijk

Het uiterlijk van het schip is in betekenende mate gelijk aan uiterlijk in originele óf oorspronkelijke functie. Op enige afstand beschouwd moet het dus direct herkenbaar zijn als een bedrijfsvaartuig met de originele of oorspronkelijke functie. Wijzigingen die met dat beeld in strijd zijn, maken dat van een ‘in betekenende mate overeenkomen’ géén sprake is. Daarbij worden de volgende uitzonderingen in aanmerking genomen:

  1. Als wijzigingen tijdens uitoefening van de oorspronkelijke functie zijn aangebracht, met het oog op de uitoefening van die functie als bedrijfsvaartuig, staan die aan kwalificeren als VM® niet in de weg, ook niet als de wijzigingen recenter zijn dan 50 jaar vóór schouw. (Dit kan zich voordoen als een bedrijfsvaartuig ouder is dan 50 jaar en later dan 50 jaar vóór schouw uit de bedrijfsmatige vaart is genomen.)
  2. Ramen en poorten in de romp zijn alleen toelaatbaar als die bij het oorspronkelijke gebruik waren toegepast, ramen en poorten in de den of de luikenkap zijn in verband met hergebruik toegestaan als de buitenkant of bovenkant ervan in lijn ligt met de buitenkant van de den of de bovenkant van de luikenkap.
  3. Andere wijzigingen die na beëindiging van de oorspronkelijke functie in verband met hergebruik zijn aangebracht zijn toelaatbaar als dergelijke wijzigingen in betekenende mate overeenkomen met soortgelijke wijzigingen die tijdens het oorspronkelijke gebruik bij soortgelijke schepen zijn aangebracht.

Aan dit criterium ligt de gedachte ten grondslag dat het waard is als VM® te behouden wat overeenkomt met het beeld dat historisch werd gevormd door het onderzochte schip of soortgelijke schepen, in de oorspronkelijke functie als bedrijfsvaartuig. De (beperkte) uitzonderingen daarop zijn toegelaten omdat hergebruik vaak de enige manier is om waardevol erfgoed te behouden.

C. Geschiedenis

Van belang is voorts dat de geschiedenis van het schip zo goed mogelijk wordt gedocumenteerd. Daarbij gaat het om de bouw, eerste eigenaar, latere eigenaren, origineel gebruik, evt. latere (oorspronkelijke) functies, vaargebied, wijzigingen die tijdens het originele of latere (oorspronkelijke) gebruik zijn aangebracht, het tijdstip waarop de functie als bedrijfsvaartuig is beëindigd, wijzigingen die daarna zijn aangebracht.

D. Historisch en cultureel belang

Van belang is voorts dat de historische en culturele context wordt gedocumenteerd, zowel tijdens de functie(s) als bedrijfsvaartuig als daarna. Is er een relatie met belangrijke personen, met belangrijke gebeurtenissen, speelde/speelt het schip lokaal een belangrijke rol?

Het gehéél vormt de basis voor de beoordeling van de schouwers. Die beoordeling is het resultaat van een afweging, waarbij aan elk van de onder B, C en D genoemde aspecten waarde toekomt, zonder dat één van die (deel)aspecten doorslaggevend is voor een positieve beoordeling. Alleen als aan de algemene eisen (onderdeel A) niet wordt voldaan, kan geen positief oordeel VM® worden gegeven. Het is dan immers volgens de FVEN geen Varend Erfgoed of het is geen historisch bedrijfsvaartuig.

Indien de schouwers twijfelen of als hun beoordeling niet unaniem is, wordt de schouwrapportage besproken in de Schouwcommissie van Het Historisch Bedrijfsvaartuig, die dan het oordeel velt.

Registratie in het RVEN als VE

Opneming van een schip in het RVEN gebeurt als regel vanuit de eigen registratiesystemen van de aangesloten behoudorganisaties, dus voor ons vanuit het BHS. In beginsel wekelijks wordt een nieuw bestand van het actuele BHS gemaakt en naar de federatie doorgezet, waar het dan de oude registraties die vanuit het BHS zijn opgenomen vervangt. Zo blijft het RVEN altijd actueel (als bij wijzigingen het BHS netjes door de eigenaar wordt bijgewerkt en de andere behoudorganisaties ook zo functioneren…). Dat klinkt eenvoudig, maar in de uitvoering zitten heel wat problemen. Veel daarvan zijn inmiddels opgelost, maar niet alle; en al werkend komen er soms weer nieuwe problemen bovendrijven. Gelukkig heeft de federatie een registerbeheerder die van wanten weet. Om in het RVEN te komen moet een historisch bedrijfsvaartuig in beginsel dus in het BHS staan, met de correcte gegevens en dezelfde id’s als de bestaande registratie. Gaat daar iets fout, of staat het schip ook in de databank van een andere behoudorganisatie (denk: overlappingen), dan kan de opneming in het RVEN blokkeren of, erger, een dubbele registratie ontstaan. Er wordt hard aan gewerkt om zulke fouten waar mogelijk te voorkomen. Maar geen systeem is volmaakt… Een van de manieren om het optreden van fouten te beperken is een menselijke controle. Als de eigenaar het schip voor het eerst of, na aankoop van een al opgenomen schip, opnieuw in het BHS zet spreken we van een (her)aanmelding.

Bij zo’n (her)aanmelding moet de eigenaar, als hij de invoer zorgvuldig heeft nagekeken en zo nodig heeft verbeterd, in het formulier RVEN-gegevens (BHS-pagina, onder ‘Snelle formulieren’) aangeven dat hij controle van de gegevens wenst. Dat doe je door te klikken op ‘Klik hier als u de gegevens gecontroleerd heeft’. Er wordt dan vanuit het BHS een melding naar de Schouwcommissie gestuurd en haar administrateurs voeren dan de hierboven al beschreven controle uit. Als zij geen gekke dingen zien, geven ze het akkoord op de (her)aanmelding en dan gaat die mee bij de volgende update van het BHS naar het RVEN.

De criteria voor opneming als VE in het RVEN zijn niet zeer streng. Het schip moet tenminste 50 jaar oud zijn en beantwoorden aan de definitie van Varend Erfgoed: een vaartuig of replica daarvan dat het waard is om te worden behouden, op grond van ouderdom, kenmerkende technische of constructieve eigenschappen, zeldzaamheid, betekenis voor principes van zeemanschap of binnenvaarttechnieken of historische betekenis.

Registratie in het RVEN als VM®

Als de eigenaar het schip als Varend Monument geregistreerd wil zien, moet hij dat na het invoeren van de actuele gegevens in het BHS doorgeven aan de administrateur van de Schouwcommissie (sc@lvbhb.nl). Die bekijkt of de gegevens volledig zijn en of er een gerede kans bestaat dat het schip die kwalificatie verdient. Zo nodig overlegt hij met de eigenaar.

Indien registratie als VM serieus kan worden overwogen, moet de eigenaar €100 overmaken naar de penningmeester van de LVBHB, onder vermelding van de scheepsnaam en de mededeling: aanvraag schouw. Daarna worden dan binnen de Schouwcommissie twee schouwers aangewezen en wordt, als de schouw kan worden ingepland, door de eerste schouwer contact opgenomen met de eigenaar om een afspraak te maken voor de schouw. Als de datum bekend is dan wordt van de eigenaar verwacht dat hij de schouwvergoeding via de webwinkel betaald voor de afgesproken schouwdatum. De schouwer die de afspraak maakt zal vertellen waar hij dit kan vinden.

Op de afgesproken dag komen de schouwers en de eigenaar naar het schip. De schouwers bekijken de documentatie van het schip en onderzoeken in hoeverre dat voldoet aan de door Het Historisch Bedrijfsvaartuig vastgestelde specifieke criteria. Daarbij wordt gedetailleerd bezien hoe oorspronkelijk of origineel het schip is ten opzichte van een door de eigenaar te kiezen referentiepunt, dat tenminste 50 jaar terug moet liggen. De afwijkingen worden in kaart gebracht en door de schouwers beoordeeld. Bij twijfel overleggen ze in de eerstvolgende vergadering met de hele Schouwcommissie. De beoordeling wordt vastgelegd in een schouwrapport en op basis daarvan beslist de Schouwcommissie of het schip bij de federatie wordt aangemeld als VM®.

Registratie buiten de behoudorganisatie om?

Tot nu toe kan registratie in het RVEN alleen door tussenkomst van de verantwoordelijke behoudorganisatie plaatsvinden. Wie een historisch bedrijfsvaartuig wil laten opnemen moet dus lid worden van de LVBHB (of een andere behoudorganisatie). De kosten van registratie, het bouwen en onderhouden van het RVEN, het beheer en dergelijke worden door de behoudorganisaties gezamenlijk gedragen in het belang van hun leden.

In de federatie wordt nu nagedacht over de mogelijkheid om buiten het lidmaatschap van een behoudorganisatie om, een schip te laten opnemen. Waarschijnlijk wordt daarvoor dan wel als voorwaarde gesteld dat het schip wordt beoordeeld door de deskundigen van de meest aangewezen behoudorganisatie, die daarvoor dan een volledig kostendekkend tarief in rekening kan brengen. Maar het zal nog wel even duren voordat het zo ver is.

Vragen?

Als u vragen hebt over de opneming van een schip in het BHS of het RVEN, kunt u die per e-mail stellen aan de Schouwcommissie: sc@lvbhb.nl.

Nieuws

Ga naar de bovenkant