Mogelijke ongewenste gevolgen van een artikel in Bokkepoot 245. Een waarschuwing voor iedereen die het CBB laat verlengen.

In Bokkepoot 245 van december 2021 staat op pag. 18 het artikel ‘Onterechte keuringseisen voor het CBB’ van Piet Balk. Hierin wijst Piet onder meer op de onterechte periodieke keuring/controle van de AIS en het aanbrengen van ENI-kenmerk. Deze publicatie bevat een paar opmerkingen en onjuistheden die bij keuringen zouden kunnen leiden tot discussies en vertraging (of erger) in het verstrekken van het CBB. Derhalve deze waarschuwing.

1. AIS Regelgeving

Tijdens de inspectie voor het CvO wordt niet alleen gekeken naar het ES-TRIN, ook voorschriften uit het BPR en RPR kunnen van toepassing zijn. Dit is onder meer afhankelijk voor welke zones (2, 3, 4 of R) het vaartuig is gecertificeerd. Anders gezegd, de vaarwateren waar het vaartuig mag varen. De verplichte periodieke controle op de AIS staat niet genoemd in hoofdstuk 26 Pleziervaartuigen van het ES-TRIN. Verplichting van een goedwerkende AIS is wel geregeld in RPR en BPR. Artikel 4.07 van het RPR verwijst naar artikel 7.06 van het ES-TRIN, het BPR verwijst nog naar artikel 7.06 van het ROSR.

Afgelopen jaren hebben we (de werkgroep Wet- en Regelgeving Binnenvaart) met succes (en terecht) interpretatieruimte gecreëerd bij keurmeesters en ILenT. Hierdoor is in veel gevallen de AIS van een pleziervaartuig gecontroleerd op goede werking zonder verplicht keuringsbewijs (zie ES-TRIN bijlage 5 document VI) en werd de eigenaar niet geconfronteerd met honderden euro’s extra kosten. In het ES-TRIN 2023 is het voorschrift over de verplichte periodieke keuring toegevoegd aan hoofdstuk 26 pleziervaartuigen. ES-TRIN 2023 is (volgens plan) vanaf 01-01-2024 van toepassing.

Consequentie van publicatie

De bovengenoemde Bokkepoot met publicatie is vanzelfsprekend ook beland bij de ILenT. ILenT heeft contact opgenomen met mij in mijn functie van voorzitter en geeft aan dat zij nu niet meer anders kunnen dan de regels strikt toe te passen, genoemd in het ES-TRIN bijlage 5, voor pleziervaartuigen (gelijk aan beroepsvaart). Dit betekent einde van de interpretatieruimte die de werkgroep Wet en Regelgeving Binnenvaart creëerde en heeft tot gevolg dat ook onze AIS periodiek moet worden gekeurd met de daarbij horende kosten. Wat nu overblijft, om als pleziervaartuigeigenaar je gelijk te halen, is deze casus voor te leggen bij de rechter. De kans op succes s twijfelachtig. Bovendien: de interpretatieruimte was naar alle waarschijnlijkheid per 1-1-2024 toch al niet meer aanwezig.

2. ENI-nr. (Europanummer)

In hetzelfde artikel staat:

“Het aanbrengen van het ENI-nummer is in Nederland niet verplicht voor pleziervaartuigen met een CBB zonder Zone Rijn.”

ENI-nummer. Foto Simon J. de Waard

Volgens de werkgroep Wet en Regelgeving Binnenvaart is dit onvoldoende genuanceerd en kan leiden tot ongewenste discussies en frustraties. Het standpunt van de werkgroep Wet en Regelgeving Binnenvaart:

“Conform Binnenvaartregeling artikel 8.05 lid 4, is het aanbrengen van het ENI niet van toepassing op pleziervaartuig. Volgens het RPR is het verplicht. De ENI nummers zijn dus verplicht als je vaart op RPR-wateren. Als het Pleziervaartuig voor zone 3 wateren incl. Rijn, Waal en Lek is gecertificeerd, is het wel legitiem als de keuringsinstantie dit verlangt.”

Risico’s

Vanaf nu bestaat het risico dat een lid (scheepseigenaar), voor wat betreft keuring van AIS of aanbrengen van ENI-nummer, zich beroept op het artikel uit de Bokkepoot dat lijnrecht ingaat op de regels die de keurmeester en ILenT vanaf nu hanteert. Wat kan leiden tot onnodige discussies en frustraties. Zolang het lid zich hierop blijft beroepen ontvangt deze geen nieuw CBB, waardoor het oude CBB kan verlopen en eventuele overgangsbepalingen komen te vervallen. Dit is desastreus, vanwege enorme gevolgen voor de scheepseigenaar.

Rolf van der Mark

Mede namens de werkgroep Wet en Regelgeving Binnenvaart, Fred van Beelen e-mail: otnb@lvbhb.nl