Op dinsdag 20 december stemt de Tweede Kamer over de Wet verduidelijking voorschriften woonboten. Naar verwachting zal de wet pas op 1 januari 2018 in werking treden, omdat ten gevolge van deze wet ook het Bouwbesluit moet worden aangepast. Inmiddels zijn de gevolgen voor het varend erfgoed bekend. Over verschillende aspecten in relatie tot varend erfgoed is al eerder bericht, hierbij een overzicht.
Ten gevolge van de wet zullen woonboten als bouwwerk worden aangemerkt en dientengevolge aan het Bouwbesluit moeten voldoen. Bestaande gevallen krijgen op grond van overgangsrecht automatisch een vergunning alsof deze aan het Bouwbesluit voldoen.

Schepen voor verblijf en bestemd en gebruikt voor de vaart

In de wet is door een langdurige lobby van de FVEN en de LVBHB een uitzondering gemaakt voor varende woonschepen (of varende schepen met een andere verblijfsfunctie), waardoor het grootste deel van het varend erfgoed buiten de regeling gaat vallen. In de huidige wetgeving en jurisprudentie is al geregeld dat pleziervaart, chartervaart en beroepsvaart onder de nieuwe regeling niet als bouwwerk wordt aangemerkt. De vraag is lange tijd geweest hoe een varend schip dat als belangrijkste functie wonen heeft moet worden gedefinieerd. In de wet staat nu:
Een schip dat wordt gebruikt voor verblijf en dat is bestemd en wordt gebruikt voor de vaart is geen bouwwerk.
In de toelichting bij de wet wordt dat uitgebreid verduidelijkt, onder andere door te stellen dat:
Het betreft de categorie (historische) varende schepen waarop wordt verbleven (wonen, restaurant, museum en dergelijke). Deze schepen liggen veelal langere tijd stil, maar er wordt af en toe mee gevaren. Toepassing van de bouwregelgeving op deze varende schepen is voor een deel niet mogelijk. Ook hebben veel van deze schepen een historisch karakter hetgeen verloren zou gaan indien deze schepen moeten voldoen aan de bouwregelgeving. Het vastleggen van deze uitzondering is dan ook vooral van belang voor het behoud van de groep historische schepen die zo nu en dan varen en die tevens gebruikt worden om op te wonen of om als museum te fungeren.
Bekijk de tekst van de wet hier (pdf, 62 kb).
Het gaat dus om schepen die zijn bestemd om mee te varen en ook werkelijk varen, ook al is dat slechts af en toe. Voor schepen die CVO-plichtig zijn is het daarom van belang dat het schip een CVO heeft, anders is het mogelijk dat het schip gezien wordt als niet bestemd om mee te varen, omdat je er volgens de vaarregels niet mee màg varen. Ben je niet CVO-plichtig dan zal je schip ingericht moeten zijn en in staat moeten zijn om te varen. Bij de bepaling of een schip voor de vaart is bestemd kan echter naar meer aspecten worden gekeken dan alleen of het schip gebruikt mag worden om mee te varen op grond van de Binnenvaartwet. Zo kan de vorm van het casco en het materiaalgebruik, de bedoeling waarmee het schip oorspronkelijk is gemaakt, of de aanwezigheid van een stuurinrichting worden meegewogen. Omdat niet aan alle aspecten hoeft te worden voldaan kan daarom bijvoorbeeld ook een sleepschip bestemd zijn voor de vaart, ondanks dat het niet zelfstandig kan varen.

Behoud van varend erfgoed

In de toelichting worden naast wonen een aantal andere functies genoemd, die niet uitputtend, maar als voorbeeld bedoeld zijn. De functie kan dus ook die van werkplaats of kantoor zijn. De uitzondering is bedoeld voor alle varende en niet alleen voor historische schepen. Daardoor is voorkomen dat er gedefinieerd zou moeten worden wat een historisch schip is en vallen ook replica’s of varende historische casco’s met een niet-historische opbouw onder de uitzondering. Ook staat er vermeld dat de uitzondering bedoeld is om historische schepen te kunnen behouden zonder dat het historische karakter verloren gaat. In geval van twijfel zal op grond van die toelichting een historisch schip eerder onder de uitzonderingsbepaling vallen en daarom niet als bouwwerk worden aangemerkt.

Overgangsrecht bestaande gevallen

Schepen die volgens bovenstaande toelichting niet bestemd zijn om te varen worden na inwerkingtreding van de wet wel als bouwwerk aangemerkt. In geval van varend erfgoed kan dat gelden voor schepen die als woning, museum of kantoor zijn ingericht en waarvan de vaarinrichting (gedeeltelijk) ontmanteld is en die bijvoorbeeld met spudpalen zijn vastgezet. Echter, voor alle bestaande gevallen verandert er feitelijk niets. Voor alle bestaande woonboten waarvan eerder werd aangenomen dat het geen bouwwerken waren en die voldeden aan de lokale regels, wordt met de nieuwe wet voorzien in overgangsrecht. Op deze wijze kunnen die constructies blijven liggen, zonder dat zij verplicht verbouwd moeten worden om alsnog te kunnen voldoen aan de Woningwet en de nieuwbouweisen uit het Bouwbesluit. Voor de bestaande gevallen zullen wel minimumeisen met betrekking tot veiligheid en gezondheid gelden, zodat er in onveilige situaties wel ingegrepen kan worden.
Volgens het overgangsrecht geldt dat:
Indien voor het bouwen of gebruiken van een woonboot (…) krachtens een provinciale of een gemeentelijke verordening een vergunning of ontheffing is verleend, wordt die vergunning of ontheffing gelijkgesteld met een omgevingsvergunning.
Dit geldt ook voor een woonboot (…) waarvan krachtens een provinciale of een gemeentelijke verordening geen vergunning of ontheffing werd vereist voor het bouwen of gebruiken ervan.
Deze laatste zin lijkt te voorkomen dat je buiten het overgangsrecht zou vallen wanneer je in water ligt waar de provincie of gemeente geen zeggenschap over heeft, zoals Rijkswater of in water dat door een private partij wordt beheerd. Het overgangsrecht staat hier (pdf, 60 kb).

Functiewijziging

Om herbestemming van schepen die uit de vaart worden genomen in nieuwe situaties niet door deze regeling in gebruik of verbouwingsmogelijkheden te beperken is de intentie dat voor deze schepen het grootste deel van het Bouwbesluit niet van toepassing is. De technische voorschriften zullen niet gelden, maar ook voor deze situaties zullen er wel minimumeisen met betrekking tot veiligheid en gezondheid gaan gelden. De formulering hiervoor in het Bouwbesluit staat nog niet vast.

Woonarken

De wet is eigenlijk bedoeld om nieuwbouw van woonarken voor een groot deel gelijk te behandelen aan woningen op de vaste wal. Voor nieuwe waterwoningen, watervilla’s, of wat voor mooie naam je aan een woonark kunt geven, geldt dat een omgevingsvergunning moet worden aangevraagd en dat een groot deel van het bouwbesluit van toepassing is, met aanpassingen daar waar de situatie voor woonarken duidelijk anders is dan voor woningen op de wal.

Wetswijziging

De verwachting is dat de Tweede Kamer  instemt met de wet. Voordat alle procedures van de wet en van de wijziging van het Bouwbesluit zijn doorlopen zijn we naar verwachting een jaar verder. Omdat de wet verduidelijking moet geven aan een situatie waar de huidige praktijk niet aan de regelgeving voldoet wordt er naar gestreefd de procedures te versnellen. De wet kan dan mogelijk al tussen 1 juli 2017 en 1 januari 2018 in werking treden. We zijn dan drie tot drieëneenhalf jaar verder dan de uitspraak van de Raad van State in april 2014, die een aanpassing van de wet noodzakelijk maakte. Nadat er aanvankelijk veel onzekerheid was over wat de nieuwe wet voor het varend erfgoed zou betekenen zijn de gesprekken vanuit de FVEN en de LVBHB in de ambtelijke werkgroep die de wetgeving voorbereid de afgelopen tijd zeer constructief geweest.

Omgevingswet

Ondertussen wordt de wetgeving die betrekking heeft op bouwen en ruimtelijke ordening in een grote juridische verbouwing samengevoegd tot de nieuwe Omgevingswet. In september zijn als reactie op het voorstel van deze Omgevingswet door veel partijen reacties ingediend, waaronder door de FVEN en de LVBHB (deze zienswijze is hier te zien). De operatie om tot deze wet te komen is met de ca. 5000 pagina’s aan wetgeving zo groot dat niemand de werkelijke impact van de nieuwe wet lijkt te overzien. Omdat ervoor gekozen is varende schepen niet als bouwwerk aan te merken lijkt het er op dat de Omgevingswet niet direct invloed zal hebben op de vloot van varend erfgoed. Echter, ligplaatsen, erfgoedhavens of de zogenaamde maritieme ensembles kunnen er wel mee te maken krijgen. De inzet van de reactie die door de behoudsorganisaties is ingediend is om duidelijk te krijgen dat de nieuwe wetgeving daar geen negatieve invloed op heeft. De komende tijd zullen daar gesprekken over plaats gaan vinden.

Roel Bosch

voorzitter werkgroep Havens en Ligplaatsen

N.B. Of een schip als bouwwerk zal worden aangemerkt is in geval van een juridische strijd uiteindelijk aan de rechter, die daar haar of zijn eigen oordeel over zal geven. Aan bovenstaande kan uiteindelijk geen enkel recht worden ontleend.