Liggers 2 Afdrukken E-mail

Gezien de principes van Time Management is het volledig verkeerd om met de kleine kantoren van de Scheepsmetingsdienst te beginnen.
In Rotterdam werden tussen 1899 en 1979 zo’n 42.000 metingen geregistreerd terwijl er door het kantoor in  Maastricht maar 169 metingen zijn gedaan tussen 1899 en 1932 toen het kantoor wegens gebrek aan activiteit gesloten werd, lekker overzichtelijk.
Dus laf geweest en Maastricht gepakt. Sas van Gent is ook zo’n klein kantoor, dat werd opgeheven na 226 metingen en overging naar Middelburg. Daar deden ‘ze’ 101 metingen en toen ging de tent dicht.
Het zijn interessante kantoortjes. Lokaal georiënteerd wat aardige trends oplevert. Voorbode voor de evaluatie van de grotere kantoren?
Een aantal inkijkjes in de binnenvaarthistorie zonder wetenschappelijke onderbouwing.


NB zie bij Geschiedenis, bronnenverzamelingen voor de laatste versies van de liggers!


Sas van Gent
Een kleine demonstratie van de zaken die je zoal uit de ontsloten gegevens kunt halen.
Van het totaal aantal gemeten schepen zijn er 145 van hout. In 1899 beginnen in Nederland de scheepsmetingen en in die eerste jaren wordt een grote inhaalslag gemaakt. Daarna lopen de metingen in Sas van Gent drastisch terug. Ik stel me zo voor, dat in latere jaren alleen wat administratie wordt gedaan: hermetingen ingeboekt, scheepsnamen of eigenaren veranderd enz. tot in 1928, na de wetswijziging, het doek voor kantoor Sas van Gent valt. Het oudste schip is een houten schip uit 1770. De meeste schepen stammen van rond 1900. Verrassend genoeg worden er nog nieuwe houten schepen gebouwd tot wel in 1913 wanneer Petrus Sponselee een nieuwe houten hengst in Hontenisse laat bouwen genaamd De vrouw Maria.Het schip is 11,40 meter lang en 4,14 meter breed en meet bijna 16 ton.

 

 

Sg_bouwjaar_schepenHet bouwjaar van de schepen gemeten door kantoor Sas van Gent


Veel van de schepen worden in Zeeland zelf gebouwd, 58 op precies te zijn. Maar in Zuid-Holland worden er  68 gebouwd al dan niet in opdracht van een Zeeuwse schipper. Ik verbaasde me al over het aantal Zeeuwse opdrachtgevers bij de werf de Dageraad (zie de bouwlijst op internet). Uit Belgie komen 25 schepen, de rest uit verschillende Nederlandse provincies, zoals 11 uit Noord-Brabant en 17 uit Friesland (nee niet uit Grouw!).
Waar komen de eigenaren vandaan? 218 uyit Zeeland, logisch natuurlijk, en 54 uit Zuid-Holland, voornamelijk de Zuid-Hollandse eilanden, 16 uit Noord Brabant en 36 uit Belgie, 3 uit Frankrijk en 1 uit Duitsland.
Scheepstypen, de gebruikelijke zoals de klipperaak, de tjalk in verschillende uitvoeringen en natuurlijk de typisch Zeeuwse schepen zoals de hengst (31) en de hoogaars (42) voornamelijk van hout, maar een enkele in ijzer. Een opvallende: 6 keer een otter en wel 30 hektjalken. En wat dacht u van een Walepontschip? Het is allemaal terug te vinden in de lijst.
De namen van de schepen zijn ook interessant. Ik heb een aantal categorieën gemaakt:

aardrijkskundig 12 (bijv. Zeeuws-Vlaanderen of Stad Tholen);
bedrijfsgerelateerd 25 (Onderneming of een cryptische afkorting);
bijbels 6 (Ark van Noë, wat zouden die vervoeren, of God zij met ons);
familie 134 (waaronder naast mannelijke en vrouwelijke voornamen ook De Vrouw .... of De Jonge ... en bijvoorbeeld Drie Gebroeders, waarbij De Eenige Zoon het minimum is en 7 Zusters of 8 Gebroeders het maximum. De vrouwelijke voornamen (69) overheersen.);
moralistisch 37 (namen zoals Nooit Gedacht, Broedertrouw, Familietrouw, Hoop enz.);
een restcategorie van 22 van Ambulant via Dolphijn, Ortelan en Torpedo naar Zeemeeuw.

Sg_metingen_per_jaarHet aantal gemeten schepen door het kantoor Sas van Gent


Is dit nuttig? Niet direct, maar wel interessant en soms gewoon leuk om te weten. Zo had ik gaan flauw idee van al die plaatsjes in Zeeland. Ik verbaasde me er al over, dat er zo veel schepen voor Zeeuwen in Graauw werden gebouwd tot ik ontdekte dat hier niet de plaats in Friesland wordt bedoeld, maar een klein plaatsje in Zeeuws Vlaanderen. Daar werd in 1902 de hengst D’n Bruinen gebouw bij de werf van de familie Verras in Graauw, of liever gezegd het getijdehaventje Paal. De hengst is gerestaureerd en in beheer van de Stichting Tolerant. Er blijkt nog een scheepsbouwersfamilie in Graauw te zijn, de familie De Klerk. Ik voel al een stukje geschiedenis dat er om vraagt geboekstaafd te worden.


Middelburg
Hier eigenlijk alleen stalen schepen en gemotoriseerd over de periode 1925-1933. In de laatste jaren een aantal veerboten. Verder veel motorschepen, kotters, spitsen en sleepschepen. Kijk zelf in de lijst, waar ditmaal ook veel werfnamen in vermeld zijn.

Maastricht
De liggers van Maastricht geven een heel ander beeld al is het alleen al vanwege het mooie handschrift waarmee in de eerste jaren de metingen zijn opgetekend, bijna letterlijk.
Bij de 169 metingen vinden we het typische Maasschip, de herna; 9 worden er gemeten en uiteraard zijn die schepen van hout. De lengte varieert van 32 tot 38 meter en de schepen zijn ongeveer 5 meter breed. Er zijn zelfs twee herna’s die (in hout!) gebouwd zijn in 1916 en 1918.

Maastricht_1e

Naast de herna komt de spitsbek twintig maal voor. Sopers noemt de spits, een ijzeren Maasschip afgeleid van de herna, maar hier gaat het duidelijk om houten schepen. Bij hermeting wordt een van de spitsbekken als herna geboekt. Schutten (Spiegel de Zeilvaart 2002/7) vertelt, dat spitsbek de Vlaamse naam is voor de Walenpont, een houten schip vergelijkbaar met de herna. De lengte van de spitsbekken varieert tussen de 15 en 32 meter en de breedte tussen 2,3 en 4,5 meter. Er komt een ijzeren herna voor, gebouwd in België in 1878 en een ijzeren spitsbak van 45 meter ook gebouwd in België, bouwjaar onbekend. De houten spitsbekken werden tussen 1837 en 1887 gebouwd, voornamelijk in Maastricht zelf.
Sleepschepen (54) en verschillende soorten motorschepen verschijnen aan het eind van de negentiende eeuw op het toneel.
De bouwplaatsen variëren, de meeste schepen zijn in de buurt gebouwd, zij het dat slechts 23 schepen in Limburg zijn gebouwd. De N.V. Weerter Scheepsbouw Maatschappij bouwt 35 schepen. Opvallend veel schepen (38) komen uit Zuid-Holland en met name uit Kinderdijk en Krimpen.
In de laatste jaren van het bestaan van het kantoor worden slechts enkele schepen per jaar gemeten zoals 3 in het jaar van sluiting. In 1931 valt het doek voor het kantoor in Maastricht.

Wordt vervolgd
Ik heb nog wat voorraad: de eerste 1000 metingen van zowel Dordrecht, Rotterdam als Utrecht. Maar dat duurt even langer en omdat bijvoorbeeld Rotterdam een groot kantoor is, gaan die eerste 1000 metingen maar van 2 augustus 1899 tot 9 april 1904 van het tjalkschip Klein Elfchen van B. Brijde  tot het aakschip de Wilhelmina Catharina van Wilhelm Linz.
Velen zullen dit duf werk vinden, ik vind het ontspannend en vooral bere-interessant.

 

U bent nu op pagina:

Home Weblogs Weblog George Snijder Liggers 2
Het Historisch Bedrijfsvaartuig is de gebruiksnaam van de LVBHB. De Landelijke Vereniging tot Behoud van het Historisch Bedrijfsvaartuig stelt zich ten doel: “het behoud van historische bedrijfsvaartuigen waarmee oorspronkelijk op de Nederlandse wateren enig bedrijf is uitgeoefend en waarvan het karakter overwegend bewaard is gebleven, alsmede het in stand houden van de ambachten die hierbij betrokken zijn geweest.” De LVBHB is aangesloten bij de Federatie Oud-Nederlandse Vaartuigen.