| Liggers Scheepsmetingsdienst toegankelijk |
|
|
Van Alkmaar tot ZwolleMarcel KroonOp 22 december 2008 droeg de Hoofdinspecteur van de Toezichteenheid Binnenvaart van de Inspectie Verkeer en Waterstaat de archiefbestanden van de Scheepsmetingsdienst officieel over aan het Maritiem Museum in Rotterdam. De schenking is formeel bekrachtigd met de ondertekening van het schenkingscontract door de Hoofdinspecteur en een aantal bekenden van de LVBHB te weten Frits Loomeijer in zijn functie als algemeen directeur van het Maritiem Museum en Henk Dessens, medeondertekenaar namens het Nederlands Scheepvaartmuseum Amsterdam. Deze laatste nam het voortouw in de overdracht van het archief.![]() Historie ‘Voor vaartuigen, welke krachtens art. 22 der herziene Rijnvaartakte van 17 oktober 1868 van een scheepspatent zijn voorzien, wordt als vlak van den grootsten toegelaten diepgang aangenomen het vlak als zoodanig aangewezen door een der Commissiën van deskundigen voor de Rijnvaart’. Dit citaat is te lezen in de ‘Reglementen Binnenvaart’, verzameld door K. Salomons (1930) en vormt de basis voor de huidige metingen van schepen. In die tijd viel de meting onder de Belastingdienst. Men telde (turfde) de hoeveelheid lading die in het schip ging en hief daar belasting over, het patentrecht. Met de groei van het transport over de binnenwateren werd dit systeem ontoereikend. Er werd besloten een koppeling te maken tussen het gewicht van de lading en het inzinken van het schip. Hierdoor kan men het gewicht van de lading bepalen door de mate van inzinking van het schip. Deze nieuwe methode werd in 1894 voor de Rijnvaart ingevoerd. In 1899 wordt bij Koninklijk Besluit nog een uitbreiding er aan toegevoegd; ‘het laadvermogen van alle binnenvaartuigen, volgens waterverplaatsing te doen bepalen. De Memorie van Toelichting op dit besluit voegt terecht toe dat ‘de ijk is de aangewezen meting. Hij past voor alle soorten van vaartuigen en kent geenerlei aftrek. Met nauwkeurigheid uitgevoerd maakt hij het schip tot eene zeer bruikbare balans’. Het meten De meting wordt schriftelijk aangevraagd door de belanghebbende, de schipper of de eigenaar van het schip. De ambtenaar wijst de ligplaats aan waar de meting verricht wordt. De ligplaats moet aan stil zoet water liggen en het schip moet aan alle zijden toegankelijk zijn. De aanvrager moet aan de wensen van de meter gehoor geven en hem de nodige hulp verlenen, tevens moet hij een stevige roeiboot met tenminste twee man ter beschikking stellen voor het aanbrengen van de ijkmerken. Dit ijkmerk is op vier plaatsen in de huid van het schip ingeslagen en begint met de letter van de plaats van meting. De eerste meting begint met een geladen schip. De schipper moet er voor zorgen dat het overtollige water uit het schip gepompt is. Als er een giek is, moet die gestreken midden op het schip liggen, de zwaarden moeten opgetrokken zijn en het personeel mag niet van de ene zijde naar de andere lopen. Dan kunnen de schrappen worden gezet, te beginnen bij de voorsteven. Hierna wordt het schip gelost en kan met duimstok en loodlijn de afstand tussen de waterlijn en de eerste meting worden opgemeten. Ook het verschil in breedte van het schip tussen de verzonken waterlijn en de nieuwe waterlijn wordt opgemeten. Nadat alle gegevens zijn verzameld, wordt het laadvermogen berekend. De meetgegevens worden opgeschreven in meetboekjes, die vervolgens worden uitgewerkt in een meetstaat. Hierin wordt onder meer het volledige signalement van het vaartuig en de plaats van de ijkmerken vermeld. Oprichting De Scheepsmetingsdienst is opgericht bij Koninklijk Besluit van 11 december 1933. De ambtenaren die bij de Scheepsmetingsdienst werkzaam zijn, vallen in die tijd onder de Minister van Waterstaat en zijn toegevoegd aan de Inspecteur-Generaal voor de Scheepvaart. De Scheepsmetingsdienst houdt zich bezig met het vaststellen van de inhoud van zee- en binnenvaartschepen. Vanaf 1934 vervielen er ook een aantal plaatsen waar schepen gemeten werden bijvoorbeeld Leeuwarden, Sneek en Dordrecht. De metingen werden voortgezet in de districten Rotterdam, Amsterdam en Groningen. Vanaf 1988 is de Scheepsmetingsdienst alleen nog maar in Rotterdam gevestigd. ![]() Liggers In de liggers kan men eenvoudig opzoeken waar een schip gebouwd is, wie de eigenaren zijn geweest en of het schip in de loop der jaren is verbouwd. In het museum worden de beschikbare liggers bewaard van alle plaatsen waar schepen werden gemeten, van Alkmaar tot Zwolle, en wel vanaf 1899 tot ca. 1995. De liggers zijn toegankelijk via het nummer van de meetbrief. Bij nieuwe meetbriefnummers zijn in de liggers verwijzingen gemaakt naar de verlopen nummers. Op die manier kan de historie van een schip eenvoudig opgezocht worden. Daarnaast zijn er ook registers met scheepsnamen van de plaatsen Rotterdam, Amsterdam en Groningen. De liggers worden in het bibliotheekmagazijn bewaard en kunnen op aanvraag worden ingezien. Het is de bedoeling, dat de liggers gescand worden. Literatuur: F.C. Hakkers, ‘Handleiding bij het binnen en buiten meten van alle schepen’ (Rotterdam, 1894); ‘Voorschriften betreffende de meting van binnenvaartuigen’ (’s Gravenhage, 1925); Joh. W. B., ‘Het scheepsmeten en berekenen’ (Groningen, 1899); Jelmer Kuipers & Koos Rademakers, Van Ambulant tot Zwaluw, de Friese ijzervloot geregistreerd’ (Leeuwarden, 2007); ‘Reglementen binnenvaart’ verz. Door K. Salomons, Dl. 1 (Assen, 1930); A. van Driel ‘Scheepsmeting, historische en critische studie over tonnenmeting’ Den Haag, 1924) ![]() Marcel Kroon is medewerker van de bibliotheek van het Maritiem Museum in Rotterdam. Dit artikel werd eerder gepubliceerd in Bokkepoot 188 (maart 2009). |




